Cultuurhistorische en monumentale waarden
De aardappelbewaarplaats is een gemeentelijk monument in bezit van de Stichting De Stêêne Hut. Zij is bijzonder, als agrarisch erfgoed, door de vroege toepassing van innovatieve schokbetonnen prefab elementen, alsmede door de
buitengewone vorm en omvang van het gebouw in zijn oorspronkelijke natuurlijke en historierijke context.
Het is het enige nog resterende gebouwde erfgoed van het uitzonderlijk grote landbouwbedrijf Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen, dat na de Tweede Wereldoorlog koploper van de voedselproductie in Nederland werd en waaraan een
ontstaansgeschiedenis van vijf eeuwen voorafging. Herbestemming en hergebruik ervan sluiten
naadloos aan bij het beleid voor restauratie en herbestemming van voormalige vrijstaande agrarische bedrijfsgebouwen (VABs).
Landmark van agrarische en sociale geschiedenis
De aardappelbewaarplaats is enig in zijn soort in Nederland en herinnert aan de agrarische en sociale geschiedenis van
de streek. Het object verwijst naar de grootschalige vroegere teelt van hoogwaardige consumptie- en pootaardappelen en andere gewassen in dit vruchtbare zeekleigebied. Een groot deel van de plaatselijke bevolking heeft familieleden
die in de ABH Cromstrijen hebben gewerkt en/of die er tijdens de Tweede Wereldoorlog, de inundatie en evacuatie 1944-1945 en de Watersnoodramp in 1953 mee te maken hebben gehad en er familie en bekenden hebben verloren. Na de
Tweede Wereldoorlog werkten 200 vaste medewerkers op het bedrijf, aangevuld met wisselende groepen losse arbeiders om de seizoenspieken op te vangen. Ook andere inwoners van Numansdorp en omgeving, onder hen ambachtslieden,
aannemers, winkeliers, handelaren in vee, granen, zaden, aardappelen en landbouwmachines, transportbedrijven, veeartsen en architecten werkten geregeld in opdracht voor de ABH Cromstrijen. De rentmeestersdynastie Vlielander, die vanaf 1820 tot 1987 de ABH Cromstrijen aan één stuk heeft geleid, vervuldenaast de functie van werkgever tal van invloedrijke bestuurlijke posities inpolitiek en samenleving.De ABHCromstrijen was derhalve niet alleen landbouweconomisch van wezenlijk belang,maar had eveneens een grote sociaalmaatschappelijke betekenis.De voormalige ABH Cromstrijen,waarvan de polders inmiddels grotendeels nieuwe bestemmingen zoals woningbouw,natuurgebied, nieuwe landgoederen, golfbaan e.d. kregen, is een begrip in deregio en behoort tot het collectieve geheugen van de streek.
Architectonische waarden
Uitzonderlijk van formaat(plattegrond 12.5 x 40 meter en 4 meter hoog) en ruimtelijke halfronderuimtebeleving.Het object is gebouwd in 1947 entoont de kenmerken van wederopbouwarchitectuur:De toepassing van betonnen prefabelementen is kenmerkend voor die periode, waarin gezocht werd naar manieren ommateriaal uit te sparen en weersonafhankelijke bouwsystemen te gaan toepassen.
Herkomst ontwerp en naam
De boogvormige constructie is geënt op de Nissenhut en de in die tijd populaire Romneyhut. Een Nissenhut is een loods bestaande uit een halfrond gebogen dak van golfplaat. De voor- en achtergevel zijn opgemetseld of bestaan eveneens uit golfplaat. De Nissenhut dankt zijn naam aan Peter North Nissen ( 1930), een Canadese luitenant-kolonel in dienst van het Britse leger,
die de hut tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1917 uitvond. De Britten en Amerikanen ontwikkelden een verbeterde versie, de Romneyhut, die vooral op grote schaal gebouwd werd als noodonderkomen in de Tweede Wereldoorlog. Vooral
dit type werd na de bevrijding gebouwd, niet meer alleen voor militaire toepassingen, maar ook als industriële en agrarische opslagloods of bedrijfshal.
In de ABH Cromstrijen werden na de Tweede Wereldoorlog zes plaatijzeren Romneyhutten gebouwd.
Ten behoeve van de opslag van kwetsbare aardappelen werd de enorme Stêêne Hut opgetrokken naar voorbeeld van de plaatijzeren hutten, maar met grote voordelen voor betere beheersing van het bewaarklimaat en droge opslag- en werkruimte.
Ook de naam ‘Stêêne Hut’ (in Hoeksche Waards dialect) duidt de unieke afwijking van de destijds gangbare golfplaten Nissen- en Romneyhut aan. Omdat het gebouw was opgetrokken in moderne betonnen prefab elementen, in de kopgevels gecombineerd met traditioneel metselwerk in baksteen, werd de opslagplaats in de volksmond de Stêêne Hut genoemd.